Carnaval

Bij gebruik van materiaal uit de mediabank dient steeds een correcte bronvermelding gebruikt te worden: verwijzen naar www.madeinaalst.be én vermelden van de collectie waaruit het materiaal afkomstig is.

Eeuwenoud en springlevend

Aalst Carnaval, Vastenavond, Vastelauvend of gewoonweg Oilsjt Carnaval. Ze dekken allemaal dezelfde lading: een breed gedragen driedaags volksfeest met een typisch spottend en zacht anarchistisch karakter. Creativiteit, humor en verbondenheid tussen verschillende bevolkingslagen zijn bepalend voor Aalst Carnaval en bij uitbreiding voor de identiteit van de stad Aalst. De oudste geschreven bronnen over carnavalsvieringen in Aalst gaan terug tot de 15de eeuw. Terwijl eind 19de - begin 20ste eeuw het carnaval in de rest van Vlaanderen steeds minder gevierd werd, bleef het in Aalst zeer levendig. Vooral vanaf 1923, toen de het carnavalsfeest voor het eerst georganiseerd werd door een officieel feestcomité, werd Aalst Carnaval stevig verankerd in de stedelijke gemeenschap. Sindsdien trekt jaarlijks een grootse stoet door de straten van de binnenstad en evolueerde carnaval tot een breed gedragen volksfeest.

 

 DAK 06

 

 

Immaterieel cultureel erfgoed

Immaterieel cultureel erfgoed kan de vorm aannemen van tradities en gebruiken. Zo kent ook de Aalsterse Carnavaltraditie een aantal kenmerkende gebruiken. Om te beginnen wordt er jaarlijks een prins carnaval verkozen. Hij krijgt voor drie dagen de sleutel van de stad en zwaait zo symbolisch de scepter over de stad en carnaval. Deze sleutel ontvangt hij de dag voor de zondagsstoet op de raadszitting waarop hij en andere notoire carnavalisten de lokale politici in hun hemd zetten. Zondag barst het carnavalsfeest los met de rondgang van de stoet. De prins en de keizer gaan het reuzenpaar, het Ros Balatum en de Aalsterse Gilles voor. Daarna volgt een kilometerslange stoet waaraan zich jaarlijks zo'n 70.000 tot 100.000 toeschouwers vergapen.

Op maandag bedwingen de Gilles de wintergeesten tijdens hun traditionele bezemdans op de Grote Markt. Vervolgens proberen duizenden mensen de gouden ajuin te bemachtigen tijdens de ajuinworp. In de namiddag trekt de stoet een tweede maal door de straten. 's Avonds valt het verdict van de jury en wordt bekendgemaakt welke groep winnaar wordt bij de kleine, de middelgrote en de grote groepen. De dag eindigt in een nieuwe carnavalsnacht op en rond de Grote Markt waarbij alle centrumstraten en talrijke cafés veranderen in één grote, bruisende massa feestvierders. De echte Aalsterse carnavalisten beoefenen als geen ander dé carnavalssport bij uitstek: het elkaar verwijten zonder herkend te worden. Ook dat maakt deel uit van het immaterieel erfgoed van het carnavalvieren.

Op dinsdagmiddag trekt een stoet van duizenden Voil Jeanetten door de binnenstad. Het fenomeen is ontstaan aan het einde van de 19de eeuw: de arbeiders, die zich geen duur carnavalskostuum of masker konden veroorloven, namen hun toevlucht tot de afgedragen kleren van hun echtgenote. Toen al werden ze in de lokale pers bestempeld als 'vuil jeanetten'. Een eeuw later zijn ze uitgegroeid tot hét symbool van het Aalsterse carnaval met als attributen een korset met baleinen, een vogelkooi met een gedroogde haring, een kinderkoets, een lampenkap en een kapotte paraplu. Dinsdagavond valt het doek over de carnavalsviering met de verbranding van de Vastenavondpop. Voor velen dan ook een zeer emotioneel moment, waarna de oproep ('Doeme voesj') om nog verder te feesten, massaal opgevolgd wordt.

Een niet onbelangrijk facet van het erfgoed is ook de voertaal tijdens het carnaval van Aalst. Dat is namelijk het Aalsterse dialect. Dat dialect komt volledig tot uiting tijdens de vele carnavalsliedjes die er elk jaar bijgemaakt worden. Vanaf de vroege jaren '60 is er een ware explosie van Aalsterse liedjes. Sinds de jaren '90 komen er jaarlijks zo'n 125 liedjes in het Aalsterse dialect bij. In totaal zijn er tussen 1960 en 2010 maar liefst 3250 liedjes in het Aalsterse dialect geschreven. Bijna allemaal zijn ze ontstaan binnen het carnavalsmilieu.

 

 Callaert bruikleen 016

 

 

UNESCO

Nadat Aalst Carnaval in 2008 reeds was opgenomen in de 'Inventaris van immaterieel cultureel erfgoed Vlaanderen' werd het op dinsdag 16 november 2010 in Nairobi (Kenia) ook toegevoegd aan de 'Representatieve Lijst van het Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid'. Deze Representatieve Lijst wordt samengesteld op basis van de Unesco Conventie 2003 voor de bescherming van het immaterieel cultureel erfgoed. Deze conventie is een aanvulling en een antwoord op de Unesco-conventie van 1972 die wereldwijd monumenten en landschappen trachtte te beschermen. Tot dit welbekende Werelderfgoed behoort bijvoorbeeld ook het Aalsterse Belfort. De conventie van 2003 gaat echter niet over monumenten en landschappen maar over niet-tastbaar erfgoed.  De erkenning van Aalst Carnaval door UNESCO betreft dan ook Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid (en niet Werelderfgoed). Dit niet-tastbare erfgoed zijn tradities, feesten, dansen, rituelen, verhalen, oude ambachten, dialecten, oude liedjes, enz... Waar dit vroeger in Vlaanderen onder de noemer 'volkscultuur' werd gevat, wordt dit sinds kort dus immaterieel cultureel erfgoed genoemd.

Dat Aalst Carnaval meer is dan feesten en drinken, mag door de erkenning van UNESCO wel duidelijk zijn. Deze Aalsterse traditie is niet enkel een begrip in Vlaanderen, maar ook representatief voor de diversiteit van het immaterieel cultureel erfgoed op wereldschaal. De erkenning door UNESCO bevestigt dat de Aalsterse carnavaltraditie de moeite waard is om door te geven aan toekomstige generaties. Het is een belangrijke stimulans voor de 100den carnavalsverenigingen en 1000den individuele carnavalisten die maandenlang aan hun praalwagens en kostuums werken, om zich ook in de toekomst verder te engageren.

 

 DAK 01 a